De streek van Broerse

23_Militair_Steller018.jpg

De jaren 50 was in de Van Heutsz nog een tijd van rangen en standen. In bepaalde restaurants in Kampen, mochten officieren wel, maar dienstplichtigen niet binnen. Wie in het weekend naar huis wilde, mocht alleen in de militaire trein, behalve natuurlijk weer als je officier was. Gelukkig werd het vervoer naar huis soms wel voor een deel vergoed. Aan het einde van elke week kon Roelof de Vries een vrijkaartje ophalen. Één keer werd hem daarmee een enorme loer gedraaid, waardoor hij bijna in het gevang in Nieuwersluis belande. De Vries vertelt: “Het was toen zo, dat ik in dienst komende al getrouwd was en een zoontje had in Amsterdam. Daarom kreeg ik drie keer per maand vrij vervoer, terwijl andere soldaten gewoon moesten betalen. Soldaat Broerse had daar op een gegeven moment lucht van gekregen. Hij kwam naar me toe en zei: ‘Ach Ruudje, ik kan niet naar huis dit weekend, want ik heb geen geld voor een kaartje.’ Nou had ik de week er voor in de cel gezeten met verzwaard arrest. Dan mocht je niet naar huis, dus ik had nog een vrijkaartje over. Dus ik zeg tegen Broerse: ‘Jonge, maak je niet druk, ik heb er nog eentje liggen in de kast. Ik pak hem wel even.’ 

Maar het punt was nu dat zo’n vrijkaartje bestond uit twee delen en op één daarvan stond je naam en je rang. Je mocht ze niet zomaar doorgeven! Als je het niet gebruikte moest het terug naar die klerk. Maar ik geef Broerse dat kaartje en zeg: ‘Kijk wel uit dat ze je niet aanhouden, hoor!’.” Zo goed als de Vries het bedoelde, zo naar zou het vervolgens uitpakken. De Vries: “Een dienstplichtige klerk van de Van Heutsz haalde elke vrijdag precies genoeg kaartjes op bij het station om uit te delen aan soldaten die ze besteld hadden. Broerse had nu al het vrijkaartje van mij dus hoefde niet meer in die rij te staan. Maar wat doet die man nou, tot mijn verbazing  gaat hij gewoon toch in de rij staan en krijgt een kaartje dat hij eerder besteld had. Vervolgens probeert hij dat terug te verkopen aan die jongen achter het bureau om zijn geld terug te krijgen.” 

“Dat was natuurlijk al niet eerlijk, want hij had mij gezegd dat hij geen geld had. Die jongen van de kaartjes voelde zich ook belazerd en maakte er een punt van en dat tumult werd toevallig gehoord door een Kalkpot…Wat dat is? Ja, zo noemden wij de Marechaussee, Kalkpotten...en die Kalkpot trok Broerse aan zijn jasje en die vent laat hem verdorie dat kaartje zien met mijn naam er op. Nou, nou, ik vergeet het nooit, toen kwam iedereen er bij, Luitenant van Andel…en zelfs Opperwachtmeester Slappekoorn kwam naar de kazerne. Dat was het hoofd van de Marechaussee in Kampen.” 

“Ik zat in de penarie, want een vrijkaartje doorgeven werd uitgelegd als diefstal. Dat was een ernstig vergrijp! Maar Van Andel doorzag de situatie en stuurde Broerse weg. Hij draait zich om naar mij en zegt: ‘Weet je wat je doet Ruudje, ik ken jou al langer dan vandaag. Je gaat maar mooi naar Kapitein Kapootse, de juridisch adviseur. Daar vertel je dit verhaal en daarna ga je naar huis en dan zoeken het volgende week wel verder uit.’ Maar van Andel wist donders goed dat we die volgende week met zijn allen op NAVO oefening gingen in Duitsland, de oefening Grand Repulse. Als het niet die vrijdag werd opgelost zou het daarmee voor een goed deel overwaaien. En zo ging het ook. Ik moest in Duitsland als straf nog een paar keer op wacht staan bij de keuken – een straf van niks! – en daarna is er nooit meer over gesproken.”

Foto: collectie Joop Steller, lichting 1952-2 marcheert in Kampen.