Het verhaal van Rineke Ketting

46_zuiderz_foto_3.JPG

Rineke Ketting (1940) vertelt over haar tijd als verpleegster: “Het Zuiderziekenhuis was gewoon harstikke gaaf. Ik was eigenlijk te jong, je moest 16 zijn, maar ik mocht stiekem toch als 15 jarige beginnen, omdat mijn vader bij de politie zat. We zijn met een groepje aspiranten gekomen in 1956 en tot het einde samen gebleven. Dat was geweldig, want een groot deel kwam van de Zeeuwse eilanden en we zijn eigenlijk altijd contact blijven houden. Ik heb hier nog een boekje met regelementen, dat zal je ook wel leuk vinden. Lach niet, hoor, regels als dat je geen mannen mocht zien en dat je op tijd ’s avonds binnen moest zijn. Wat een tij-den, ver-schrik-ke-lijk! Mijn vriendin was hier vanmorgen, toen lag dit al op tafel en hebben we nog zitten lachen over wat je als eerstejaars verdiende. Bijna niks!” 

Al snel pakt Rineke ook haar fotoboeken er bij. Ze wijst op een foto van een baby’tje dat ingesnoerd in een tuigje in bed zit: “Moet je dit zien, hoe die kinderen in die tijd werden behandeld. Dit noemden ze een maagverzakking en dan moesten kinderen de hele tijd in een tuigje zitten, zodat ze rechtop bleven. Dat is nu echt wel antiek. En ja hoor, daar staan wij zelf op de foto met dat gekke petje op je hersens. Daar sta ik…zo begonnen wij in 56! En dit is het oefenen op de oefenpop. Toen de foto werd gemaakt waren hem net een klysma aan het geven. Om te gillen!”
Het is duidelijk dat mevrouw Ketting – voor haar huwelijk dus nog zuster Van der Stelt – vooral de leuke kanten op het Zuider herinnert, waar ze dan ook de vreemdste dingen meemaakte: "Deze foto is op de mannenafdeling genomen… hou maar op joh, mannenheel, phoe, daar lagen er 16 tot 18 op één zaal! Daar had je ook mannen bij met nierstenen. Die mannen moesten touwtje springen (om de boel in beweging te krijgen) en we hadden ook een Zuster Wolfensperger, die was van hele goede komaf. Daar had je nog een soort ontzag voor in die tijd…maar Wolfensperger moest dus dat touwtjespringen voor doen. Ook dat was weer om te gillen! Want je raad het al, zij ging op een gegeven moment languit door de zaal heen. We hebben liggen gieren van het lachen. ”

46_zuiderz_foto_2_.JPG
Ook de lange nachtdiensten werden al snel een aanleiding om vertier op te zoeken: “Als we nachtdienst hadden en je had niks te doen, ja, dan ging je gekke dingen doen. Hier waren we aan het oefenen met injecties zetten. En dit was in de melkkeuken, dat was verschrikkelijk, alles moest je zelf afwegen en mengen, nu koop je gewoon Nutricia wat kant en klaar binnen komt, maar toen stonden we weken aan een stuk daar, verschrikkelijk gewoon.” “Mijn ouders woonden aan de zijkant tegen het hek van het Zuider aan en met kerst gingen we met zijn allen bij hen eten. Dat was heel bijzonder. Oh, wat deden we nou soms? In de opleiding moest je om 10 uur ’s avonds binnen zijn. Dus als we te laat waren dan kropen we stiekem via het achterraampje bij mijn moeder zo het terrein van het Zuider op. Mijn moeder moest er altijd heel erg om lachen. Dat was nog voor de flats gebouwd werden.” Er ging natuurlijk ook wel eens wat mis: “De mensen met diabetes kwamen regelmatig langs om bloed te prikken op de polikliniek.

Dan liep je daarna met twee van die volle dienbladen met bloedbuisjes van de poli naar het laboratorium en dan moest je de hele straat oversteken en in het hoofdgebouw twee trappen op….en toen donderde ik dus met die bladen van de trap af. Lag alles door mekaar, overal bloed uit, ja, en daar stond je dan…dus wat deed ik? Overal een beetje water bij gooien om ze aan te vullen, zodat niemand het in de gaten had. Maar die uitslagen waren natuurlijk allemaal verkeerd. Gelukkig wist nieeeee-mand achteraf hoe dat nou gebeuren kon…. De week daarna continu in de zenuwen of ze het ontdekt hadden. Maar je moest ook wat! Je kreeg me op je kop als je een fout maakte, phoe, dat was niet mals! maar ik heb er nooit meer wat van gehoord. En er is gelukkig ook niemand dood gegaan. Ik heb ook een keer een groot compliment gehad. Er kwam een koor zingen op een dag, maar we hadden toen net een tetanus-patiënt. Tetanus patiënten hebben zeer overgevoelige zenuwen, alles moet helemaal stil zijn bij zo iemand, als die man ergens van schrok dan kon dat zijn dood zijn! En toen ben ik als de donder naar dat koor gerend om te zorgen dat ze niet zouden zingen. Daar heb ik toen veel lof voor gekregen.
Ik heb trouwens ook nog de burgemeester van Rotterdam verpleegd, en later zijn vrouw ook nog. 

46_zuiderz_foto6_0.JPG

Ik heb zo ontiegelijk veel aan het Zuider gehad, ook later nog. Toen mijn man heel ziek was, kon hij thuis blijven, omdat je gewoon wist hoe je het moest aanpakken en omdat ik geleerd had te improviseren. Zelfs na zijn overlijden is er niemand van buiten bij geweest voor het afleggen. Dat komt echt dankzij het Zuider. Het is de mooiste tijd van mijn leven geweest.

46_zuiderz_foto_7.jpg

46_zuiderz_foto_4.JPG

Foto’s:
De ‘adspiranten’ van 1956 met ‘dat malle petje op je hersens’. Uiterst rechts Rineke Ketting (Collectie Rini Ketting).
Kindje met maagverzakking in de beugels eind jaren 50 (Collectie Rini Ketting).
Op de kinderafdeling, gebouw 3 eind jaren 50. Rineke 2e van links. Let op het verschil in uniform tussen de aspiranten (wit) en zusters in opleiding (wit met blauw) (Collectie Rini Ketting).
Oefenen op de ‘oefenpop’ eind jaren 50 (Collectie Rini Ketting).
Oefenen met spuiten zetten in de nachtdienst rond 1960 (Collectie Rini Ketting).