Het Casino: "Zo'n plek zou je alle kinderen toewensen"

Casino_Zijlmans_1.jpg

Ook Laura Zijlmans (1992) vertelde ons over haar jeugd in Huisduinen en over het OS&O terrein.

 “Veel kinderen waren er niet in Huisduinen, hoor”, begint Laura haar verhaal. “Ik ging om met een stuk of vijf jongens van mijn leeftijd en veel meer waren er niet.  Ik was het enige meisje en dat vond ik wel best. Ik voelde me echt ‘one of the guys’, samen op avontuur, altijd scheuren in je kleren en kapotte knieën. Dat hoorde erbij.  Zo ben ik ook opgevoed: hooguit even naar binnen voor wat limonade, maar daarna ook , hup, weer naar buiten. Maar in het dorp was voor ons eigenlijk helemaal niets doen. Op een gegeven moment waren we wel een keer uit-gevoetbald, zal ik maar zeggen.”

Het Casino stond al leeg zo lang als Laura het zich kan herinneren en was een aantrekkelijke plek eens op onderzoek uit te gaan met haar vrienden. Als eerste verkennen ze het Poortgebouw: “Ik weet niet meer precies hoe dat zo kwam, maar ik denk dat een stel oudere jongens daar al langer kwamen en wij het toen ook ontdekten. In het linker gedeelte hadden ze het voor elkaar gekregen stroom af te tappen. We hebben er een bank, een TV-tje en een videorecorder neergezet. Er was een aanrecht, maar of er stromend water was weet ik eigenlijk niet meer. Vergis je niet ik was toen negen jaar oud ofzo, hoor. Op die leeftijd onthoud je de details  later niet. Ik ben er ook maar een paar keer geweest. Wel weet ik dat het allemaal erg stiekem en spannend was. Dit was onze geheime plek, dat mochten onze ouders niet weten. Tegelijk is dat echt iets wat je als kind dan denkt, want mijn ouders wisten best dat wij daar rondhingen. Ze vonden het gewoon wel prima.”

“Ja Daan, Wie kent hem niet!?  Iedereen kent Daantje in het dorp! Hij woont er nog."

Dat het poortgebouw een tijd een soort jongerenhangplek is geweest hadden we ook al ontdekt toen we er zelf een kijkje namen met André Schutte. Hoe de hangplek tot zijn einde kwam was nog altijd goed te zien want een brandje deed het interieur in vlammen opgaan en daarna zijn de deuren afgesloten met grote platen. De jeugd van Huisduinen kon er daarna minder makkelijk in. Toen we vorige jaar een kijkje namen, zagen we op de muren nog wat namen ingekrast staan van ene ‘Tom’ en ‘Daan’, dus nu vragen we  Laura of ze die mensen kent.

“Ja Daan, Wie kent hem niet!?  Iedereen kent Daantje in het dorp! Hij woont er nog. Wat grappig dat zijn naam op de muur staat, dat wist ik helemaal niet. Het is één van de jongens van het clubje waar ik mee om ging. Ik zie ze nog een paar keer per jaar, vooral met de kermis. Tom was een vriendje uit Den Helder van de jongensgroep.

Casino_Zijlmans_Daan.jpg

Op een dag gaan Laura en één van haar vrienden ook het Casino in. “Dat moest heel stiekem gebeuren, want er kijken huizen op uit. We wisten goed dat we er niet mochten komen, maar we zijn nooit iemand tegen gekomen die iets om het gebouw leek te geven. Er was geen beheerder ofzo, het stond er gewoon, dus zagen we geen problemen het eens te proberen. Ik weet nog dat we om binnen te komen van pilaar naar pilaar sprongen om ongemerkt aan de achterkant van het gebouw te komen. Daar konden we dan door een raam klimmen door een houten plaat los te schroeven en met een plankje open te zetten. Dan kon je zo naar binnen glippen. Het was heel spannend en we fantaseerden er lustig op los. Dat er Duitsers hadden gezeten, prikkelde onze verbeeldingskracht natuurlijk enorm. Wij dachten dat er in die kamertjes aan de voorzijde mensen gevangen gehouden werden in de oorlog. Dat soort dingen.”

“De grote zaal was erg vervallen. Ik weet nog dat er een biljard stond. We durfden er niet goed te lopen want de vloer boog door en was erg verrot. We waren bang dat je er doorheen kon zakken de kelder in. Die kelder stond helemaal onder water tot net onder de bovenste treden van de keldertrap. We fantaseerden wel eens om met een bootje in de kelder te gaan varen, maar dat vonden we uiteindelijk veel te eng. Er was ook een zolder in het gebouw. Ik weet dat daar veel duiven zaten, maar niet meer of ik er wel eens geweest bent. Op de begane grond zat op enkele plaatsen wat graffiti op de muur, maar dat kwam niet van ons. Wij hebben er nooit iets stuk gemaakt. We wilden het juist geheim houden dat we daar kwamen. Het was onze plek. Niemand mocht het weten, want dan was het natuurlijk gedaan met de pret.”

Op een dag gaat het toch mis: “Ik had een vriendinnetje meegenomen uit Den Helder. Naar mijn idee zag je toen toch dat wij uit het dorp kwamen en zij uit de stad. Wij waren gewend te spelen op een gevaarlijke plek. Wij hadden geleerd zelf op te letten en wisten dus hoe je daar veilig kon bewegen. Het ging altijd goed. Maar zij kwam uit Den Helder waar je op straat niet veel andere dingen kan doen dan stoepkrijten, zal ik maar zeggen. Zij was dat gevaar niet gewend! Wij stapten regelmatig een gebroken raam door, waarvan de helft nog in de sponning hing. Dat doe je veilig door met je gezicht naar de muur door het gat te stappen, maar zij stapt er doorheen met naar gezicht naar het midden van de gebroken ruit en raakt met haar hoofd precies zo’n scherpe punt van het glas! Een grote snee en bloed in haar gezicht en ze moest naar de EHBO. Mijn broer en ik hebben het nog geprobeerd de oorzaak te verbergen, maar tevergeefs. Daarna was het wel gedaan met het rondhangen in het Casino.”

Laura’s moeder Elly heeft op het OS&O terrein veel onderzoek gedaan naar de geschiedenis met een metaaldetector. Op de vraag of zij dat ook interessant vindt, kan Laura kort zijn: “Nee dat heeft mijn interesse niet eigenlijk. Voor mij was het Casino de plek die het leuk maakte in Huisduinen op te groeien. Verder was er echt niks te doen. Ik heb er hele goede herinneringen aan. Eigenlijk zou je alle kinderen zo’n plek toewensen, om uit het zicht van je ouders te kunnen avonturen.”

Casino_Zijlmans_3.jpg

Foto's van het uitgebrande poortgebouw.

Tekst Jobbe Wijnen