De tuin en de kippen

09_kippen.jpg

Vanaf het begin had het klooster een tuin die voor verschillende doeleinden werd gebruikt. Zuster Pancratia: “Voor mijn tijd in het klooster was er een moestuin, maar later werden er hoofdzakelijk wat fruit en kruidenplanten in de tuin verbouwd. In het begin stond er een kippenkooi in de tuin – kippen houden was een hobby van een van de toenmalige bewoonsters.
De tuin is vooral een ontspanningsmogelijkheid; vroeger mochten Zusters niet teveel op straat komen. Daarnaast vormde de tuin ook een verbinding met het klooster aan de Jan Schöfferlaan om eten te kunnen bezorgen, en was het tevens een speelplek voor kinderen.”

De zusters woonden en werkten vooral in het klooster. Daarom was de tuin heel belangrijk voor hen om toch een beetje buiten te komen. Zeker op latere leeftijd waren zuster niet altijd mobiel genoeg nog naar de stad te gaan en dan bood de tuin uitkomst. Het onderhoud werd deels door de zusters zelf gedaan, maar een tijd lang werkte er ook een knecht, die was gezonden vanuit het moederhuis in Schijndel. Zo ging dat toen nog. De tuin was ook een kruispunt van paadjes. Adri Ederveen vertelde ons dat hier vroeger een paadje liep van het klooster naar het ‘kleine klooster’ aan de andere zijde van het blok en een paadje naar de pastorie van de kerk. (De kerk is al lang gesloopt). Op dit moment is de tuin in een wat wanordelijke staat door alle verbouwing, maar de Soete Moeder gaat hier uiteraard werk van maken en ook de groentetuin weer in ere herstellen. 

Bronnen: 
Dieuwertje van Schadewijk, 2016. Interview Zusters van Liefde te Schijndel.
BOEI, 2016. Gesprek met Adri Ederveen