"Wij zijn maar een stipje in honderden jaren Singraven"

Singraven_JVD6443-20181011.JPG

“Ik zou het leuk vinden om tot mijn pensionering bij landgoed Singraven betrokken te mogen blijven.” Kees Jan Meijer (1973) is in opdracht van de Stichting Edwina van Heek de rentmeester van het landgoed Singraven en heeft zich duidelijk met het project verbonden: “Mijn aantreden vijftien jaar geleden gaat ongeveer gelijk op met het begin van het veranderingstraject dat de stichting toen in werking stelde. Zij zocht nieuwe inkomsten, omdat een landgoed als Singraven nu eenmaal niet meer rendabel zijn op de oude manier van bosbouw en verpachte landbouwgrond alleen. Bij Singraven komt daar een zekere tragiek bij omdat de heer Laan, de voorlaatste eigenaar en bewoner van Singraven, veel monumentaal groen heeft toegevoegd, maar juist de pachtboerderijen heeft laten slopen. Daarmee zijn er mogelijkheden om inkomsten te verwerven kleiner geworden. Dat lossen we nu met de nieuwe plannen op. Mensen denken wel eens dat landgoederen draaien op subsidies, maar dat is een misvatting. Een landgoed is echt een bedrijfseconomische eenheid: het moet zichzelf in stand kunnen houden.”

Singraven_JVD6425-20181011.JPGMeijer, zelf een tukker uit Oele, houdt nu kantoor in Dalfsen en komt gemiddeld één dag per week naar het landgoed: “Ik zit dan gewoon in de keuken van het Huis, waar beheerder Daan van Mierlo ook zit met de vrijwilligers, of ik maak een ronde over het landgoed. De bewoners van het landgoed komen mij niet zo heel vaak tegen, vooral tijdens het voorbij komen of indien er een kwestie ten aanzien van de erfpachtovereenkomst is. Bijvoorbeeld wanneer zij hun huis willen verbouwen. Ik ben als rentmeester de schakel tussen het bestuur van de stichting, de bewoners van het landgoed en de medewerkers die werk uitvoeren op het landgoed, bijvoorbeeld in de houtproductie. Singraven is natuur én productiebos, dus kappen we elk jaar een aantal kuub hout. Ik stem dat af met de bosbaas, Stephan Bouhuis, en die is dan verantwoordelijk voor de uitvoering. Andersom zijn Daan en Stephan ook weer mijn ogen en oren in het terrein. Vaak zijn zij voor bewoners en bezoekers eerste aanspreekpunt in de dagelijkse gang van zaken.”  

Verder bewaakt Meijer de kwaliteit, een begrip dat zich niet in regels laat vangen: “Het komt uiteindelijk neer op vertrouwen. Natuurlijk, we hebben een erfpachtovereenkomst met afspraken die kaders geven. Bijvoorbeeld dat als je in je tuin een heg aanplant, je dat uitsluitend doet met inheemse streekeigen soorten. Dat soort zaken staan zijn concreet, maar overwegend doe je vooral een beroep op dat mensen aanvoelen wat passend is voor Singraven. Ik voer met mogelijke bewoners dus ook verkennende gesprekken om te kijken of mensen wel een klik hebben met het wonen op een landgoed. Het gewraakte voorbeeld - gekscherend - is van iemand zijn tuin wil vol zetten met plastic tuinkabouters. Tja, dat past natuurlijk niet op Singraven. Ook vind ik het belangrijk dat toekomstige bewoners weten dat er op wild gejaagd wordt op Singraven en dat dit cultuurhistorisch onlosmakelijk met het landgoed verbonden is. Als rentmeester wil ik weten of mensen dat tussen de oren hebben.”  

Een landgoed is een landschap van trage gestage verandering. “Dat is waarom ik hoop nog lang dit werk te doen. Singraven gaat me aan het hart. Singraven heeft een geschiedenis van honderden jaren. Wij zijn maar een stipje op die lijn, het duurt lang voor je het effect van het proces ziet. We zijn nu vanaf 2003 bezig en nu begint de uitvoering pas concreet te worden. Ik voel me erg gedreven zo lang mogelijk betrokken te blijven om ook deze fase tot een succes te maken.”


Tekst Jobbe Wijnen
Foto's Jan van Dalen. foto's gemaakt op de boerderij van Eddo en Lianne Nijhof