Spontane reünie van Lichting 52-2

jvd_4877-20170512_0.JPG

“Je mag best weten, ik beef van de zenuwen momenteel”, vertrouwde de Vries ons nog toe in de lift van de Stadskazerne. ‘Ruudje en ‘Joepie’. Zo noemden Roelof de Vries en Joop Steller elkaar toen ze meer dan 65 geleden opkwamen voor hun nummer bij het Artillerie Meetregiment op de Van Heutszkazerne. Vandaag ontmoetten de heren elkaar weer op de plek waar ze elkaar voor het eerst zagen.

We hadden het onze oproep om verhalen vooral in de lokale media rond Kampen verspreid, maar dienstplichtigen zaten natuurlijk door het hele land. Als door een bijzonder toeval kwam één exemplaar van de bladen toch via een hulp in de huishouding terecht in Deventer bij de heer Roelof de Vries, die daardoor, ondanks de afstand, de eerste was die belde. “Ik ben 85 jaar oud en loop op mijn laatste benen, maar als ik mijn dienstmaten nog een keer zou kunnen zien, dat zou me zo blij maken”, vertelde De Vries ons, gevolgd door een bijna niet te stuiten stroom aan avonturen die hij samen met ‘Joepie’, Jan, Sjuk, ‘Nelli’ en ‘De Piggelmee’ had beleefd in het begin van de Koude Oorlog. Allemaal bijnamen, want zo ging dat in militaire dienst.

Omdat we wisten dat één van de vrienden van De Vries uit Kampen kwam, schakelden we de hulp in van Annie van ’t Zand van Stichting Stadsherstel Kampen. Tegen alle verwachtingen in bleek dienstmaat Joop Steller (bijnaam ‘Joepie’ )uit Kampen in mum van tijd gevonden. Vandaag was de dag in Café ’t Paatje in de Stadkazerne waar de Vries al decennia naar had uitgekeken en eigenlijk niet meer had verwacht dat het er nog eens van zou komen. De Vries was veel te vroeg, maar volgens zijn kleinzoon Wilco die meneer had gebracht, was het niet mogelijk om hem nog langer thuis houden. 

Toen Joop Steller binnen kwam was het weerzien hartelijk en emotioneel. Maar toen het ijs gebroken was, hielden de heren niet meer op met praten. Steller: “Weet je nog dat we ’s nachts wacht liepen op de begraafplaats?” De Vries: “Ja een paar jongens deden het in de broek van angst.” Steller: “Maar jij kreeg toch ook wel eens op je donder en dan streng regime in het celblok?” De Vries “Oh zo vaak, maar die sloten van de celdeuren waren zo oud, als je flink rammelde dan schoten ze vanzelf los”, en zo ging het maar door. Ook bij de foto’s staan de heren lang stil: “Wie is dit ook alweer?” “Dat is Sjuk Hagewoud, die is overleden. En is dat Japie niet?”

De heren waren na afloop blij met de dan. Voor BOEi het werk nu pas echt: de verhalen van De Vries en Steller worden opgetekend in het project Mensen Vertellen over Monumenten en komen hier op de website. 

12_vHeutsz__stl_2.jpg

Foto 1: De Vries (l) en Steller (r) zien elkaar weer in de Van Heutszkazeren (foto Jan van Dalen)
Foto 2: Voor het schoolgebouw: “Hier kregen we les en gingen we douchen.” (foto Jobbe Wijnen)