Het PNEM telefoonboek

22_Dongecentrale_BOEi_Geertruidenberg_PNEM_telefoonboek.JPG

Bert Minderman vertelt verder over zijn werk bij PNEM-telecom in de jaren 70: “Vanuit de Dongecentrale kon je naar elk onderstation in Brabant bellen. Naar alle 150KV stations liepen twee of meer telefoonkabels vanuit Geertruidenberg. Dat heette ‘redundante verbinden’, dus als één kabel per ongeluk kapot getrokken werd door bijvoorbeeld wegwerkzaamheden ergens in Brabant, dan konden we in de telefoonkast op de centrale door snoertjes op andere puntjes te zetten de verbinden via de andere kabel maken. Je zou het een omleiding kunnen noemen.”

“Het hele PNEM telefoonnetwerk was schematisch afgedrukt in het PNEM-telefoonboek. Dat telefoonboekje met alle nummers van het PNEM netwerk heb ik nog. Het was losbladig zodat je wijzigingen snel kon aanbrengen. Alle hoge bazen van de PNEM hadden een PNEM telefoontoestel thuis, dus ook technisch directeur van Melick. In mijn eerste jaren moest ik dan op de fiets met een envelop naar het huis van de directeur om de gewijzigde blaadjes te vervangen. Van Melick had zelfs twee boekjes, ééntje in zijn woonkamer en ééntje in zijn slaapkamer. Ik moest vooraf bellen naar mevrouw van Melick of het uit kwam. En ook zo bij de vrouw van ingenieur Bots en nog wel meer hoge pieten. Ik was de hele dag aan het fietsen door Geertruidenberg en Raamsdonkveer.”

“Iedereen die in zijn functie een telefoon thuis nodig had, kreeg een PNEM telefoon. Daarvoor vroegen we bij PTT een ‘huurlijn’ aan op het PTT-netwerk. De PTT gaf de aderpunten aan en dan moest ik de rangeerdraad er aan solderen en bij die mensen thuis de kabel inspijkeren en de telefoon testen. Ik had thuis ook zo’n PNEM telefoon omdat ik bij de brandweer zat, net als Cor Knoop. Die PNEM mensen hadden dus geen eigen PTT lijn zoals andere burgers: als wij thuis wilden telefoneren, kregen we eerst contact met de portier van de Dongecentrale en die moest naar het openbare PTT netwerk doorverbinden. En als omgekeerd mijn familie mij wilde bellen moesten ze dus ook eerst met de PNEM bellen en de portier hier vragen naar toestel 2926 door te verbinden. Die man zat hier voor het kantoor aan de Centraleweg in een hokje. Juist ja, die man wist dus alles van je! Later kwam er natuurlijk een elektronische automaat en kon je zelf een buitenlijn kiezen met een code. Nog weer later kregen we gewoon een PTT lijn.”

“Naast het PNEM netwerk was er ook nog een telefoonlijn vanuit de Dongecentrale naar Den Haag. Nee, die staat niet in het boekje, want die was geheim! Onder het kantoorgebouw hier op de Donge, zat de BZB-kelder, de Bedrijf Zelf­Beschermings Kelder. Daar stond ook een aparte telefooncentrale die parallel geschakeld was met die boven en een serie hokjes met een koptelefoon er in.”

22_Dongecentrale_BOEi_Geertruidenberg_PNEM_netwerk.JPG

Foto boven: de telefoonboeken van PNEM die Bert Minderman nog heeft (J.Wijnen 2018).
Foto onder: het PNEM netwerk met Geertruidenberg (88) al centraal knooppunt  (J.Wijnen 2018).