Het gereedschap van PNEM telecom

19_Dongecentrale_BOEi_P1050506-1.JPG

Bert Minderman (1952) werkte een groot deel van zijn leven bij PNEM Telecom. Tijdens het interview rolt hij een leren etui open op tafel: “Dit gereedschapssetje kreeg ik uitgereikt in 1970 toen ik hier op de Dongecentrale kwam werken. Het zware lederen etui werd op bestelling gemaakt door een zadelmakerij in ’s-Hertogenbosch speciaal voor Telecom mensen. Je moest een paar weken wachten voor het werd geleverd. Ik kreeg de mijne uitgereikt van de collega waar ik het vak van heb geleerd. Ik ga nu bijna met pensioen en sommige stukken gebruik ik tot op de dag van vandaag! Maar nu zitten ze in mijn moderne koffer hoor. Ik heb ze nu voor het beeld even terug gestopt.”

De hoofdtaak van de PNEM was natuurlijk het leveren van elektriciteit, maar om dit goed te kunnen doen beschikte het bedrijf ook over een eigen telefoonnetwerk met eigen kabels. Dit netwerk diende om tussen alle belangrijke punten en op alle niveaus van het elektriciteitsnetwerk contact te kunnen maken. Vanuit de Dongecentrale kon je rechtstreeks contact opnemen met de Amercentrale of het hoofdkantoor in Den Bosch, maar ook alle tussenstations, van de grote 150KV stations tot en met de hele kleintjes, alles had een eigen telefoonnummer en toestel. Stel er viel een elektriciteitshuisje uit, dan kon de monteur ter plaatse altijd bellen met de centrale om de stand van zaken door te geven. Dit PNEM telefoonnetwerk stond los van het publieke PTT netwerk. Het werd onderhouden door het team van de Telecom afdeling op de Dongecentrale in de ruimte onder de kantine.

19_Dongecentrale_BOEi_P1050505-2.JPG

Het popelhaakje

Bert vertelt: “Zo gauw je je etui kreeg, ging je aan de slag om een paar belangrijke gereedschappen zelf te maken. Het was een andere tijd, sommige stukken waren gewoon niet in de handel. Het eerste wat je maakte was het ‘popelhaakje’. Dit maakte je van een oude schroevendraaier. Bij het popelhaakje hoorde ook een ander gereedschap dat bestond uit een afgevijld blad van een ijzerzaag waar je ook een haakje in maakte. Als we een telefoonkabel afbonden, dan gebruikte je die twee haakjes om het binddraad door de bundels met kabels te halen. Ook het speciale gewaxt binddraad maakten we zelf in onze telecom ruimte. De klosjes touw lieten we uren in een borrelende pan hete bijenwas hangen samen met een grote thermometer om de temperatuur te bewaken. Als het dan uitgelekt en afgekoeld was had je een sterk en stug binddraad dat heel lang mee ging.  Er waren twee kleuren. Het witte touw was om de telefoonkabels op te binden in de telefoonautomaten. Dat deed je met een bepaalde slag, ik kan hem nog steeds. Het zwarte touw werd gebruikt voor rekbedradingen.”

19_Dongecentrale_BOEi_P1050517-3.JPG

De verenweger

“Het PNEM telefonienetwerk had twee grote knooppunten waar alle lijnen samenkwamen, één in Den Bosch en de andere was hier op de Dongecentrale. Alle schakelingen waren analoog, dus werkten nog met relais die in relaiskasten zaten. Een relais is een elektronische schakeling met een elektromagneet en een veertje.  Ze moeten van tijd tot tijd ‘gesteld worden’ en als leerling kreeg ik daarvoor dit gereedschapje, een verenweger, waarmee je kon meten of het stalen veertje in de relais de juiste spanning had (zie foto). Daarbij hoorde dan een justeertang, een plat tangetje waarmee je de druk van het veertje een beetje kon bijstellen. Hier heb ik het nog, het is van dat onverslijtbare Belzer-Justier gereedschap, mijn intialen staan er nog in. We hadden een heel boek waarin stond welke type relais welke druk op het veertje moest hebben. En er zat ook een loepje bij en een klein vijltje om de contactpuntjes een beetje op te schonen als dit nodig was.”

“Toen ik hier begon in 1970 heb ik nog een paar weken gewerkt met mijn collega Heidema, net voor zijn pensioen. Heidema was hier in de streek een bekende naam. Hij heeft in de oorlog het telefoonnet van de PNEM gebruikt om verzet mee te plegen. De Duitsers wisten niet dat er een apart PNEM telefoonnet was. Na de inval op 10 mei 1940 is de centrale snel gedemonteerd en verstopt. Van Heidema heb ik deze oude glazen insulinespuit gekregen, waarmee we de assen van mechanische telefoonkiezers in de telefoonkasten olieden. Zelf heb ik hem niet meer gebruikt, hoor, in mijn tijd waren er al kleine handige oliepompjes. Hier heb ik ook nog een blokje hout om de veer van de kiezers tegen te houden als je ze schoon moest maken. Dit soort gereedschappen had je altijd bij je. Het wordt nu allemaal niet meer gebruikt. Alle telefoonaansluitingen en kasten zijn een paar jaar geleden uit alle stations gesloopt en afgevoerd en de netbeheerders kopen telecommunicatie nu in bij andere bedrijven.  Het oude Telecom-werk is een verloren ambacht geworden.”

19_Dongecentrale_BOEi_P1050518-4.JPG

Foto 1: Bert Minderman met zijn gereedschap uit 1970 in het speciaal gemaakte etui (foto J. Wijnen).

Foto 2: de gereedschappen die Bert zelf maakte, waaronder het popelhaakje (onder) en het speciaal met bijenwas behandelde touw (J. Wijnen, 2018).

Foto 3: Het justeertangetje, een loepje en verenweger (J. Wijnen, 2018).

Foto 4: Het oliespuitje van Heidema  (J. Wijnen, 2018).