Goede sfeer en Competitie in de Dongecentrale

15_Dongecentrale_BOEi_.JPG

Hoe was de sfeer op de Dongecentrale tussen de collega’s? Uit de verhalen blijkt er sprake te zijn van een grote saamhorigheid ten tijde van de PNEM. Frank van Nieuwburg vertelde dat de Dongecentrale een plek was waar je wel een potje kon breken en er best wel naar collega’s werd omgekeken…tenminste er vanuit gaande dat je je werk goed deed. Tijdens de nachtdiensten liepen de mensen van de STEG-wacht graag even naar boven naar de Storingsambtenaar op het Regionaal Centrum. Daar waren er veel momenten van groot vermaak met elkaar.

Vooral in het keukentje boven, het brandpunt van allerlei collegiale grappen en grollen. “Ik heb er één keer eentje ziek naar huis gekregen”, vertelde van Nieuwburg. “We aten Chinees op Donge, omdat we laat moesten doorwerken. Mijn collega vroeg toen hij al helemaal volgegeten zat, of de borden wel schoon waren. Nu lag er in dat keukentje ook een WC-borstel, dus ik vertelde hem dat ik die had gebruikt om de borden mee af te wassen. Die collega trok helemaal weg en is ziek naar huis gegaan, tot grote hilariteit van de anderen want het was natuurlijk helemaal niet waar.”

Ook Cor Knoop, tekenaar in de jaren 70, vertelde ons verhalen over onderling vertier. Hij wees ons op de documentenlift die nog altijd in het kantoorgebouw aanwezig is: “Daar hebben we wel eens een grap mee uitgehaald. Wij zaten op de derde verdieping in de tekenkamer, maar hier beneden op de begane grond zaten de dames van de typekamer. Toen hebben we een kleine tekenaartje in dat liftje geholpen en naar beneden gestuurd. Die dames deden het schuifdeurtje van de lift open en zagen Jantje zitten, nou toen was er paniek in de tent!” 

Ook het Sinterklaasfeest was een jaarlijks plezier, aldus Knoop: “Dan kwamen hier honderden kinderen van het personeel met bussen naar de Dongecentrale. Dus als er weer iemand nodig was om Sint of Piet te spelen zei technisch directeur van F. van Melick: ‘Ga maar eens kijken op de tekenkamer, daar lopen nog wel een stel pieten.’ Nou en dan was ik meestal de klos. Natuurlijk gooiden we dan op de typekamer ook even een hand met pepernoten naar de dames. Op de tekenkamer, onze eigen afdeling, probeerden we ze natuurlijk ook om de oren gooien, maar de jongens hadden alle tekentafels rechtop geklapt om hun gezicht te beschermen. Op de centrale zelf kwamen we niet hoor, we waren als de dood dat er een pepernoot tussen de machines zou komen. Daar had je wel respect voor.”

De vonkentrekkers

Er is rond de Donge- en Amercentrale ook altijd veel vertier in georganiseerd verband geweest. “Mijn vader Frans Knoop was lid van de PNEM biljartvereniging, ik meen dat die de ‘de Vonkentrekkers’ heette. Er was ook een sportvereniging en schaakvereniging en zelf ben ik lang lid geweest van de computer­vereniging. Die verenigingen mochten hier op de Dongecentrale gebruik maken van de kantine. Verder hadden we één keer per jaar de sportdag met de hele PNEM. Dan was het altijd Geertruidenberg tegen Den Bosch, en felle competitie hoor, die vestigingen onderling. Maar later raakte ik meer betrokken bij Den Bosch omdat ik in de Arbo- Veiligheidscommissie zat (een adviescommissie van de ondernemingsraad). Toen hebben we elkaar wel beter leren kennen, want als personeel en bestuur hadden we elkaar gewoon nodig om wat te bereiken.”