De bouw van de Clemenskerk

1_Groen_van_Ek_1950.jpg

De Clemenskerk – voluit de kerk van ‘De Parochie van de Heilige Clemens Maria Hofbauer’ – was vanaf 1914 tot en met 1996 het kloppend Rooms Katholieke hart van de Bloemenbuurt in Hilversum. In de 82 jarige levensloop van de parochie werd twee keer een boekje geschreven; in 1964 bij het gouden jubileum en een uitgebreide kroniek bij het 75 jarig bestaan in 1989.  We kunnen er nu naar hartenlust uit putten, maar hier willen we het eerst hebben over de bouw van de kerk. De totstandkoming werd uitgeplozen door Heinz Joosten, die er een hoofdstuk over schreef in de kroniek.  

De bouw van de Clemenskerk

Toen het ‘dorpje’ Hilversum begin twintigste eeuw uit zijn voegen begon te groeien, pasten de Katholieke gelovigen niet meer in de Sint Vituskerk aan de Emmastraat. Het lukte de pastores niet alle gezinnen van de juiste pastorale zorg te voorzien en men was vooral bang dat leden daardoor wel eens van hun geloof zouden kunnen afdwalen, dus werd het tijd ook in Hilversum-zuid een nieuwe kerk te stichten.

Op 2 mei 1912 kocht het kerkbestuur het perceel in de hoek van de Bosdrift en de Irisstraat voor f 23.619,90 gulden en je vraagt je anno nu dan toch af waar die 90 cent voor nodig was...of waarom het niet 10 cent meer mocht zijn. De bloemenbuurt was er nog niet geheel en de plek waar later de Clemenskerk zou komen lag aan de korenvelden. Toen het perceel eenmaal was aangekocht, kon een bouwpastoor worden aangesteld. De aandacht viel op Zeno van Ditzhuysen in het seminarie in Culemborg. Zoals Joosten het beschrijft, lijkt het er op dat Van Ditzhuysen niet echt op deze taak zat te wachten, maar met dat soort tegenzin maakte het bisschoppelijk bestuur aan de Maliebaan in Utrecht rap korte metten: je doet het maar gewoon, punt uit!

Aldus werd Van Ditzhuysen bouwpastoor. Van bouwen was echter nog geen sprake. Het geld hiervoor moest nog gulden voor gulden bij elkaar gebedeld worden uit giften en collectes. De Katholieke kerk bleek niet veel te verschillen van elke andere organisatie, want lang niet alle parochies en diocees (bestuursdistricten onder het bisdom Utrecht) hadden er trek in Van Ditzhuysen met gulle hand te bedienen. Vooral de deken van de moederparcohie St. Vitus, de heer Hofman, lag dwars en weigerde koppig een jaarlijkse bijdrage toe te zeggen. De bisschop vertikte zich er mee te bemoeien en ondanks dat Van Ditzhuyzen hier met regelmaat op aandrong bleef de portemonnee van de St. Vitus dicht. Of het een politieke list mag heten laten we hier maar in het midden, maar duidelijk is dat van Ditzhuyzen vervolgens de bisschop influisterde of deze niet kon bemiddelen bij ‘een volgende bestuurswissel’, waarbij hij veelbetekenend opmerkte dat deken Hofman leed aan ‘kanker aan den slokdarm’. List of niet, eind 1913 overleed deken Hofman en wist van Ditzhuysen vrijwel direct geld los te krijgen van diens opvolger.

De bouw van de kerk was inmiddels begonnen,  want op 5 mei 1913 ging de eerste schep de grond in. Het ontwerp van de kerk van architect van Gils in neo-byzantijnse stijl zonder toren, zou plaats bieden aan 600 parochianen met ruimte voor uitbreiding. De bouwkosten waren f 61.400 gulden. Tijdens de bouw was van Ditzhuyzen dagelijks aanwezig om de werklieden aan te sporen – of die werklieden daar blij mee waren vermelden de geschriften niet – en op 23 juli mocht de moeder van de bouwpastoor de gedenksteen in de gevel plaatsen. In dezelfde periode bedelde Van Ditzhuyzen het geld voor een preekstoel, een kaarsenbank, een communietafel en een beeld van de heilige Clemens bij elkaar. Na een krap jaar bouwen kon het moment van de kerkconsecratie, de inzegening, worden gepland op 19 maart 1914. “Eindelijk een eigen huis”, verzuchte van Ditzhuyzen. Nu kon het echte werk beginnen: het kerkelijk leven in de Bloemenbuurt optuigen.

Zo feestelijk als de opening was geweest in 1914, zo helder had van Ditzhuyzen de toekomst in het vizier gehad; in 1920 was de Clemens door uitbreiding van de Bloemenbuurt alweer aan de krappe kant en begon het proces van bedelen en plannen opnieuw. Bouwmeester Jos Cuypers kreeg de opdracht de uitbreiding te ontwerpen. In 1922 was deze gereed en in 1923 werd een  nieuw orgel geïnstalleerd. Later zou de kerk nog herhaaldelijk worden verfraaid met muurschilderingen en glas in lood. Van Ditzhuyen vertrok in 1934 en stierf in 1941 in huize Sint Marie in Apeldoorn. Hij werd begraven op de R.K. begraafplaats in Hilversum.

Terug naar 1989. Het verhaal van de bouw is geheel overgenomen uit het hoofdstuk van Heinz Joosten uit de kroniek van dat jaar. Na het betreffende hoofdstuk gaat Joosten door met een overzicht van alle pastoors van de kerk en hun verdiensten: de pastores Akkerman, Nieuwenhuys, Duyn, Veenhuis en de laatste pastoor, de heer Benze . De rest van de kroniek is rijk gevuld met verhalen van parochianen en geeft een fraai beeld van het kerkelijk leven. Tcoh heeft het boek heeft ook iets tragisch, dat goed naar voren komt in de woorden van toenmalig vice-voorzitter van het parochiebestuur G. van Riet. Deze wenst in de verantwoording de Clemensparochie “nog vele jaren in een goede ‘gezondheid’”. De problemen van de krimp in het Roomse leven moeten ook in Hilversum toen al volop op tafel hebben gelegen. Zeven jaar na publicatie van de kroniek werd de kerk gesloten, iets waarover online eigenlijk helemaal niets te vinden is. Zo eindigde ‘n eens bloeiende parochie toch een beetje stilletjes.  

<>

Foto van Margaret Groen -Van Ek, gemaakt tijdens het huwelijk van haar ouders in de Clemenskerk, 21 februari 1950.