De Huisregels voor verpleegsters 1950

Zuiderziekenhuis_001.jpg

Voor ons verhalenproject hadden we een gesprek met Rineke Ketting – van der Stelt (1940). Mevrouw vertelde ons prachtige verhalen over het Zuiderziekenhuis, maar ze gaf ons ook nog dit boekje met de ‘Huisregels voor het verplegend personeel’. 
“Mijn god, wat erg hè, je houdt het niet voor mo-ge-luk. Ver-schrik-ke-lijk!”. Mevrouw Ketting kan er nog steeds niet over uit hoe betuttelend de regels waren toen zij als 16 jarige in 1956 in het Ziekenhuis ging werken. Alles was beschreven, hoe laat je op de afdeling kwam, hoe lang je moest slapen na de nachtdienst. Alles moest vooral stipt en proper zijn: op tijd komen, geen sieraden, geen geschenken aannemen en geen luidruchtigheid en ‘het gebruik van sterk riekende zeep moest worden vermeden’. 

Te laat voor het eten, dan melden bij de huishoudzuster! Iedereen moest om 10.00 uur ’s avonds binnen zijn en om 11.30 uur lampje uit op de slaapkamers. De verpleegsters sliepen in die tijd intern in het Voorgebouw in de kamertjes boven. De regels gingen dus niet alleen over het werk in het ziekenhuis, maar ook over hun vrije tijd. Kwam je na het uitgaan na 10 uur ’s avonds thuis, dan was je te laat en moest je verplicht een handtekening zetten bij de portier: “En dan kon je mooi de volgende ochtend op kantoor komen bij de  adjunct-directrice Zr. ten Have”, vertel mevrouw Ketting. Ook op de zeden werd stevig gelet: verblijf in de kamers van mannelijk personeel alleen toegestaan na akkoord van de directie! “Maar daar wisten wij wel raad mee hoor”, vertelt mevrouw Ketting,  “Een zuster van mijn afdeling was verliefd op ‘Dr. Prillewits’. Als de dokter stiekum op bezoek was op de afdeling, stonden we met alle zusters op de uitkijk voor het Nachthoofd, zodat de dokter snel de benen kon nemen als zij er aan kwam.”

Zuiderziekenhuis_002.jpg

Het boekje huisregels in een fraai tijdsdocument. Voor wie het helemaal wil lezen hebben we het gescand en is het hier te downloaden.